Op vakanties speuren we altijd naar orchideeën. Niet om te verzamelen, behalve met de camera dan, maar om te bewonderen.

Orchideeën zijn een familie met minstens 25.000 soorten waarvan een paar honderd in Europa voorkomen die eigenlijk allemaal kleine wondertjes zijn. In Nederland zijn, op een paar uitzonderingen na, alle orchideeën verdwenen. Dan heb ik het natuurlijk niet over de kwekerijen met tropische soorten, maar over de wilde. De oorzaak voor die afwezigheid zit hem o.a. in het gebruik van kunstmest. Daar kunnen wilde orchideeën beslist niet tegen. Eén keer een klein beetje kunstmest en ze zijn voorgoed foetsie. Laat staan dat ze de rijke doses en frequenties verdragen, die onze boeren nodig denken te hebben. Alle Europese soorten orchideeën zijn juist op extreem efficiënte wijze aangepast aan voedselarme maar kalkrijke grond en min of meer constante bodemvochtigheid. Dat zijn plaatsen waar zelfs gras niet wil groeien en die vind je in ons land maar heel weinig. Orchideeën flikken dat kunstje door een zeer innige samenwerking met vaak heel specifieke bodemschimmels.

Orchideeën hebben geen meeldraden met stuifmeel, maar hebben twee steeltjes met een stuifmeelklompje. Deze pollinia worden vaak door een ingenieus mechanisme in zijn geheel door insecten meegenomen naar een andere bloem. Ze hebben geen nut voor stuifmeel verzamelende insecten.
orchideeHet wonder van de familie betreft desondanks de enorme diversiteit van heel specifieke relatie met een specifieke groep insecten. Vandaar dat veel soorten de naam van de insectengroep hebben zoals, muggen-, bokken-, bijen-, wespen-, kever-, vlinder-, en spinnenorchis (spinnen en bokken zijn evenwel geen insecten.) Die relatie komt vooral tot uiting bij de vorm, kleur en geur van de onderlip of het labellum. Eigenlijk is dat de bovenlip omdat om een raadselachtige reden bij de meeste soorten het onderstandige vruchtbeginsel dat ook de steel van de bloem is, tijdens de ontwikkeling een slag in de rondte draait.

Na de rijping en bestuiving komt daar zaad uit voort dat zo fijn is als stof en dat zich na openspringen van het vruchtbeginsel ook als stof door de lucht verspreidt. Toch zien we nooit de hele bodem bedekt met nieuwe planten want het zaad vergaat ook weer als stof omdat de zaadjes geen opgeslagen energie bevatten en alleen kunnen kiemen als het toevallig de juiste bodemschimmel aantreft.

Overigens is de naam Orchidee afgeleid van het Griekse woord orchis voor teelbal. Veel soorten hebben een dubbele eivormige knol in de grond, waardoor de oude Grieken dachten dat je die moest eten om potent te worden. De Vlaamse botanicus en arts uit de 16e eeuw noemde het “kullekens-cruydt”. Omdat er altijd een klein en groter knolletje aanwezig is, dacht men door gebruik van de kleine knollen meisjes te kunnen krijgen en door de grote jongens. Een ander idee was dat de grote knol “onkuise lusten” opwekte, en de kleine juist “de wellust van het vlees kon bedwingen”.
( https://volkoomen.nl/planten/orchis

Het is een voorbeeld van de zogenaamde signatuurleer die zegt dat de gelijkenis van een plant met een menselijk orgaan, een door God gegeven aanwijzing is om mensen van hun kwalen met dat orgaan af te helpen. Zo zou Longkruid tegen bronchitis of tuberculose helpen en walnoten tegen hersenaandoeningen. Nog steeds zijn er in Dr AndersChina aanhangers van deze leer die denken dat neushoornpoeder helpt bij de erectie van hetmannelijk lid. Een gevaarlijke leer. 

Doctor Anders