Uit het “fietsenhok” van de middelbare, eigenlijk een enorme kelder voor een paar duizend fietsen onder de supergrote scholengemeenschap, klonk geschreeuw. Het was de bully van klas 4b, een vadsig jong met roze babyface, zittenblijver en enige zoon van de directeur van de bank, die tegenover de school woonde. Hij stond tegenover een veel kleiner kind uit de brugklas met een nieuwe fatbike. “Die is van mij” brieste hij’ “Geef hier of ik doe je wat”. Het kind sidderde van angst. “Nee, die is niet van jou”. De dikke bully deed een pas naar voren en greep het stuur. “Die moet ik hebben om mee thuis te komen, laat los”.
Er ontstond een opstootje rond de twee. De andere jongens en meiden van de brugklas kwamen er omheen staan. “Hou je poot stijf” en “Laat je de kaas niet van het brood eten”. Het kleine jong begon te huilen. “Niet janken, joh, geef hem van katoen” klonk er vanuit de achterhoede. Die laatste aanmoediging werkte bij de bully op z’n lachspieren. “Kom maar op als je durft. Ik...
Lees meer